9.3
Daar heb je Annie
Ivonne van Schaik
Na het boeken van de vakantie naar Curaçao stuit ik bij toeval op het televisieprogramma Zoovenirs, een programma over het wel en wee van het Seaquarium op Curaçao. Eén van de mogelijkheden die ze bieden is duiken met een dolfijn in zijn natuurlijke omgeving. Aangezien duiken met een dolfijn sinds het behalen van m’n brevet bovenaan de wensenlijst staat, is de boeking razendsnel gemaakt.
Naast de dolfijnenduik hebben we ook een 6-daags kantduikpakket geboekt, wat inhoudt dat je 6 dagen lang onbeperkt lood en lucht kan halen bij de duikschool. Elke morgen rond achten zijn we dan ook trouw bij de duikschool om onze duikuitrusting en 4 flessen in de huurauto te laden en op pad te gaan naar de velen duikstekken die ons door de immer behulpzame stafleden zijn aanbevolen. Zo ook maandagochtend. Terwijl ik bij het fonteintje nog even snel de waterflessen vul met heerlijk koud water, vang ik op dat de dolfijnenduik van die dag niet doorgaat. Nieuwsgierig als ik ben, wil ik daar natuurlijk graag het fijne van weten. Onze dolfijnenduik staat immers voor het eind van de week gepland. Een praatje met één van de stafleden leert al snel dat er een gat zit in de omheining van het verblijf van de verpleegsterhaaien. Hierdoor ligt een aantal haaien lekker te luieren in het kanaal dat langs hun verblijf loopt. Gezien het feit dat de haaien nagenoeg stekeblind en bovendien nachtdieren zijn, is dit op zich niet zo’n schokkende gebeurtenis zou je zeggen. Ware het niet dat de dolfijnen door datzelfde kanaal moeten om vanuit het Seaquarium de open zee te bereiken en ze de haaien als een bedreiging zien. Het gevolg is dus dat de dolfijnen hun verblijf niet uit willen en zonder dolfijn geen dolfijnenduik. Ter geruststelling wordt gemeld, dat er al aan de reparatie van het hek wordt gewerkt. Daarnaast komen we hier van de week nog wel een paar keer voor onze dolfijnenduik van vrijdag, dus we blijven goed op de hoogte.
De rest van de week zijn de berichten niet altijd even hoopgevend. De dinsdag en woensdag leren ons dat het nog altijd niet is gelukt om het hek te repareren. Donderdag is het nieuws iets hoopvoller; het hek is inmiddels gerepareerd en de haaien zitten weer in hun eigen onderkomen. Vandaag zullen ze een aantal trainingsduiken met de dolfijnen gaan maken om te kijken of ze mee willen naar open zee. Het zal dus aankomen op de vrijdag zelf. Vrijdagochtend gaat om iets na 7 uur de wekker af. Na een licht ontbijt zoeken we de spullen bij elkaar en stappen we in de auto. De autorit van het hotel naar het Seaquarium zal ons zo’n 20 minuten kosten en voert deels langs de kust. Halverwege de rit ligt een aantal forse stenen in het water waaraan we dagelijks kunnen zien wat voor een zee we hebben. Vandaag spat het water ruim een meter hoog op elke keer wanneer een golf op de stenen breekt. Dat voorspelt een aardig ruige zee. We trekken ons er niet al te veel van aan, vandaag kan eigenlijk maar één ding onze duik verpesten… Bij de duikschool halen we de tassen uit de kofferbak en lopen vol spanning naar de verzamelplaats. Daar worden we al snel bijgepraat met het laatste nieuws: de trainingsduiken gisteren zijn prima verlopen, it giet oan! Snel halen we onze uitrusting uit de kluisjes en klimmen we aan boord van de boot.
Terwijl de staf de laatste flessen perslucht aan boord zet, vaart er langzaam een kleine speedboot de baai binnen. Dat zal de medewerker van het Seaquarium zijn. We krijgen namelijk eerst een korte briefing voordat we het ruime sop kiezen. De man die op de achtersteven verschijnt wordt voorgesteld als George en hoewel ik hem nog nooit heb ontmoet, heb ik het gevoel dat hij een oude bekende is. Doordat ik thuis voor vertrek zo’n beetje alle afleveringen van Zoovenirs (waarin hij regelmatig te zien is) heb bekeken, is dit in zekere zin ook wel zo. De briefing voelt dan ook als een déjà vu. Na de briefing stapt George van boord om dolfijn Annie te halen en maken wij ons klaar voor vertrek. De motoren worden gestart en langzaam steken we de baai over richting zee. Eenmaal uit de beschutting van de baai blijkt onze inschatting van vanmorgen over een ruige zee aardig te kloppen. De boot danst als het ware over de golven langs de kustlijn. Gelukkig bereiken we al na een paar minuten onze eindbestemming. Het anker wordt uitgegooid pal voor de bassins van het Seaquarium. Een lange rij rotsblokken vormt de enige scheiding tussen de zee en deze bassins. Bij elke golf die op de kust breekt, stroomt er water over de rotsblokken heen en worden de dolfijnen voorzien van vers water in hun verblijven. Er wordt zelfs op dit relatief vroege uur van de dag al druk getraind. Bij elke sprong die de dolfijnen maken komen ze hoog boven de rotsblokken uit. Blijkbaar hebben ze een goed leven in het Seaquarium, want het lijkt een kleine moeite om tijdens zo’n sprong over de afscheiding heen te springen en voor een leven in vrijheid te kiezen. Uiteindelijk weet ik mij los te maken uit mijn overpeinzingen en mijn blik van deze fascinerende dieren af te wenden. Zou ik toch bijna vergeten waarom we hier op de boot ronddobberen. De andere duikers zijn zich al klaar aan het maken voor vertrek en één voor één schuifelen ze richting de achtersteven. Als ik aan de beurt ben liggen de meeste van mijn medeavonturiers reeds in het water en doen een verwoede poging om zich vast te houden aan de lijn die ze aan de boot verbindt. Ik stop mijn automaat in mijn mond, druk alle slangen en apparatuur tegen mijn lichaam en wil net met de commandosprong te water gaan als de boot wordt opgetild door een golf. De afstand tot het water, die net nog een kleine meter was, wordt ineens een paar maal zo groot. Even staar ik in de diepte en schiet het door m’n hoofd dat bootduiken toch altijd net iets meer avontuur hebben dan kantduiken. Dan zet ik snel de laatste pas en voeg me bij de rest van het gezelschap.
Als we compleet zijn beginnen we aan de afdaling. Al snel is de deining, die aan de oppervlakte zo goed voelbaar was, compleet verdwenen. Ik kijk rustig om me heen en zie de plek waar de ontmoeting met één van de gracieuste dieren uit de onderwaterwereld plaats zal vinden. Op een diepte van zo’n 12 meter ligt tussen het koraal een groot stuk met wit zand. Op de rand van het stuk zandbodem ligt een oud anker. Omdat het nog even kan duren voordat Annie komt, besluit ik een poging te wagen om het zeepaardje te zoeken dat hier zou moeten zitten. Ik speur het hele anker nauwgezet af en bekijk elke grasspriet om me ervan te vergewissen dat er niet een ongebruikelijke krul tussen zit. Terwijl ik hier mee bezig ben hoor ik ineens de onmiskenbare geluiden van een dolfijn. Ik kijk om me heen om uit te vinden van welke kant het geluid komt. Hoewel ik hoog boven me aan de oppervlakte wel een barracuda ontwaar, zie ik nog geen spoor van een dolfijn. Desondanks besluit ik mijn speurtocht naar het zeepaardje te staken en te wachten tot Annie zich laat zien. En al snel word ik hiervoor beloond. Als een speer schiet Annie langs de groep heen en verdwijnt net zo snel als ze gekomen is weer uit het zicht. Niet veel later schiet ze met korte krachtige bewegingen van haar staart weer langs, ditmaal de andere kant op. Precies volgens de briefing is ze eerst het rif aan het verkennen om te zien of het veilig voor haar is. Het duurt niet lang voordat ze heeft vastgesteld dat dit het geval is en keert ze terug naar de groep. Ze begint met langzaam wat om de groep heen te zwemmen alsof ze wil kijken wat voor een vlees ze vandaag in de kuip heeft. En ik kan het haar niet kwalijk nemen, want ongeacht welke kant ze opzwemt zijn er steeds 7 paar ogen die haar constant proberen te volgen. Ook ik ben zo gefascineerd door dit mooie dier in haar natuurlijke omgeving, dat ik er geen seconde van wil missen. Niet als ze zomaar wat om ons heen zwemt, niet als ze achter een visje aan zit, niet als ze met zoveel gemak en elegantie door het water glijdt en zeker niet als ze aan de oppervlakte lucht gaat halen. Dit doet ze namelijk door naar de wateroppervlakte te zwemmen als wordt ze als een kanonskogel gelanceerd. Dan is ze ineens even helemaal uit zicht om vervolgens, kop eerst, weer in het water te landen. Al met al kan ze er niet meer dan een paar seconden voor nodig hebben gehad. Na een tijdje merk je dat ze zich meer op haar gemak voelt bij de groep. Ze zwemt rustig tussen ons duikers door en wanneer ze dit keer langs komt zwemmen, nadert ze me op zo’n danige afstand dat ik door simpelweg mijn arm een paar centimeter uit te steken haar aan kan raken. Ik leg mijn hand op haar flank en voel onder mijn vingers haar huid langs glijden. Het voelt koel en een beetje lederachtig, maar toch zacht. Eerst denk ik dat de huid perfect glad is, maar als ze een tweede keer langs glijdt, voel ik her en der de oneffenheid van wat littekens. Wat een geweldige ervaring om zo met dit schepsel in haar wereld samen te zijn. Dan zie ik vanuit mijn ooghoek dat George aanstalten maakt om terug te zwemmen naar zijn boot en dat betekent dat Annie hem zal volgen. Een snelle blik op mijn duikcomputer leert me dat er inmiddels al ruim een half uur is verstreken. Voor mijn gevoel kan het nooit meer zijn geweest dan vijf minuten. We kijken beide na totdat ze worden opgeslokt door de grote blauwe leegte. Dan gebaart de duikleider dat het tijd is om aan de safetystop te beginnen.
Eenmaal het hoofd weer boven water staat ons nog een grote uitdaging te wachten; we moeten weer terug zien te komen aan boord. Eén voor één trekken we ons aan het touw richting de boot. Als ik onderaan de trap hang geef ik mijn vinnen af en wacht ik het goede moment af om aan boord te klimmen. De achtersteven komt een klein moment naar beneden en snel, voor zover je daar van kan spreken met de wrijving die het water veroorzaakt, spring ik op de onderste sport van de trap. Wanneer de achtersteven weer omhoog rijst is het een klein kunstje om snel omhoog te klimmen en veilig op het bankje te gaan zitten. Als we allemaal veilig zitten en alle flessen weer vastgezet zijn, wordt het anker gelicht en beginnen we aan de terugtocht naar de baai. Op dit kleine stukje wordt als snel duidelijk dat het voor iedereen een bijzondere ervaring is geweest. Ik ben er zelf in ieder geval erg van onder de indruk. Ondanks dat ik weet dat Annie een getrainde dolfijn is, merkte je daar onder water weinig van. Want hier nu eens een keer niet het gebruikelijke gezwaai met de vinnen, geen gespetter met de staart of ingestudeerde sprongen zodra het fluitje klinkt. Nee, hier gewoon een nieuwsgierig dier dat wil weten wat er om haar heen gebeurt en dat speelt met wat ze op het rif tegenkomt. Kortom een dier in haar eigen natuurlijke omgeving. Een fantastische ervaring en een duik om nooit meer te vergeten.


